De traditie van het marcheren, zowel in Florennes als in de andere gemeenten in de regio Samber en Maas, gaat terug tot in de Middeleeuwen.
Ter bescherming tegen ziektes, zoals de pest die vaak voorkwam in de regio en waar de geneeskunde toen machteloos tegen stond, werden religieuze processies georganiseerd. Hiermee hoopten men bescherming af te dwingen van plaatselijke vereerde heiligen.
De processie ter ere van St. Pieter werd hiervoor jaarlijks georganiseerd.
Deze processies waren vaak slachtoffer van schurken en moesten worden beschermd door boerenmilities of gewapende burgers. Door de wederkerende rust was ook een nieuwe traditie geboren: het escorteren van processies en diverse stoeten.
De geschiedenis gaat verder tot de Franse revolutie en vooral het Franse Keizerrijk.
De talrijke inwoners uit onze regio, die eerst bij de Republiek en nadien bij het Keizerrijk werden ingelijfd, waren als vrijwilliger of dienstplichtigen geďntegreerd in het grote leger en moesten zich nadien op het slagveld onderscheiden.
Na de nederlaag te Waterloo, keerden de overlevenden naar huis terug met hun Franse uniformen.
Deze Franse uniformen werden nadien gedragen tijdens de begeleiding van de traditionele processies.
Uniformen moeten natuurlijk worden vervangen, men gebruikte hier direct of indirect het Franse uniform als voorbeeld. Vervolgens werden ook overschotten van het Belgische leger gebruikt.
De parade van Florennes, zoals we ze nu kennen, gaat terug tot rond 1825.
Vroeger werden de verenigingen financieel gesteund door het gemeentebestuur of de klerikale.
Vandaag zijn de verschillende verenigingen onafhankelijk en financieren ze zelf de drie dagen durende optocht.
Een interessante historische kanttekening: tijdens de Hollandse bezetting hebben de autoriteiten geprobeerd, en soms met succes, dergelijke optochten te verbieden omdat ze strijdig waren met het Protestantse geloof voor Koning Willem I van Oranje.
Bij de oprichting van de vereniging in 1825 bestond er in Florennes slechts één vereniging. Zij werd niettemin door maatschappijen afkomstig uit de naburige dorpen versterkt.
Door conflicten binnen de Generale Staf, ontstond een nieuwe vereniging: “Les Rouges”.
In die tijd waren de uniformen van beide verenigingen identiek. De originele vereniging droeg een witte pluim: “Les Blancs” en de andere vereniging opteerde voor een rode pluim: “Les Rouges”.Vijftig jaar geleden werd nog een derde vereniging opgericht: “Les Petits Marcheurs”. Hier kunnen jongeren op een ludieke manier kennis maken met de traditie en evolueren in het verenigingsleven.
De traditionele uniformen:
In tegenstelling tot vele verenigingen die gekozen hebben voor het uniform van het eerste Keizerrijk, blijft de Compagnie “Les Blancs” trouw aan de traditie van de uniformen van het tweede Keizerrijk. Ze bestaan uit “Sapeurs”, Belgische “Grenadiers” en Franse “Zouaves”.
Nieuwe groepen werden steeds toegelaten in de vereniging: Elite-gendarmes (Gendarmerie van het eerste Keizerrijk), een peloton “Sapeurs” van het eerste Keizerrijk en onlangs een peloton Keizerlijke wachten van Napoleon III.
Elke vereniging wordt vergezeld van een peloton trommelaars, blazers en een fanfarekorps.
“Les Blancs” in zijn totaliteit omvat ongeveer 500 geüniformeerde personen.
Elk jaar, eind juni of begin juli, trekken de drie verenigingen door de straten van Florennes. Op zondagavond kunnen ze nog worden bewonderd in een schitterend vierkant bataljon met ongeveer 1300 deelnemers.
Onze volgende parade:
Gelieve ons op te zoeken te Florennes op zondag 5 juli 2009.
U zult een gastvrije omgeving ontdekken en de drie verenigingen volledig kunnen bewonderen, d.w.z. 1300 soldaten.
Vertaling : Albert Mannaert